zondag 30 april 2017

Slabbetje, haakpatroon uit de negentiende eeuw


Helaas ben ik vergeten op te schrijven uit welke jaargang dit patroon komt. Zodra ik het weer eens toevaliigerwijs tegen kom, geef ik het door.

No.71: gehaakt bavetje

Het in het midden heen- en weergaand in vasten gehaakt bavetje is afgewerkt met een 4 ½ cm breede, gehaakte kant, waarvan afb. no. 72 een gedeelte voorstelt. Men werkt eerst volgens den vorm fig. 49 (1 - zie aantekening 1 onderaan MM) van het supplement het middengedeelte met katoen no.5 in de onderste punt met 5 steken beginnend. Men haakt in heen- en weergaande toeren steeds 1 steek in elken steek en meerdert op zijde door kettingsteken. Aan de halsronding worden de toeren door staanlaten van steken verkort. Ten laatste wordt de rand van de halsronding met een toer vasten en hierna met een picottoer omgeven. Hiervoor steeds afwisselend 1 vaste om den 2de volgenden vaste en 4 kettingsteken, 1 vaste in den 1e kettingsteek. De kant welke aan den rand van het middengedeelte opgenaaid is wordt met garen no.60 van den onderrand uit in heengaande toeren als volgt gehaakt.
  • 1e toer (aantekening 2): 1 rij van 10 kettingsteken, 17 vasten om den rij en * 1 halvevaste in de losse voor de 1e  vaste, 30 kettingsteken aan den 17de kettingsteek verbinden, daarbij het werk gedraaid, 21 vasten om den kettingoog, daarbij na den 10e vaste den 5de steek van den vorige rij verbinden, 1 halvevaste in den halvevaste ** 15 kettingsteken, den 2e van deze kettingsteken verbinden, daarbij het werk gedraaid, 21 vasten, om het kettingoog, 1 halvevaste in den afzonderlijken kettingsteek, van ** af herhalen, 27 kettingsteken, den 17dekettingsteek verbinden, daarbij het werk gedraaid, 17 vasten om het kettingoog en daarbij na den 12e vaste den 10de van de laatste vasten van den vorige toer verbinden, van * steeds herhalen ( aantekening 3).
  • 2e toer: 17 vasten om elken kettingboog, voor de voorste punt tweemaal na elkander slechts 8 vasten.
  • 3e toer: 1 stokjes in den 3e volgenden vasten, * tweemaal afwisselend 2 kettingsteken en 1 stokje in den 3e volgenden steek, 5 ketttingsteken, 1 stokje in den 3 volgende steek, 2 kettingsteken, 2 te zamen afgewerkte stokjes in den 3e volgenden steek van dezen boog en in den 3e steek van den volgenden boog. Van * steeds herhalen; voor de voorste punt na het te zamen afgewerkt stokje, 1 kettingsteek, 2 te zamen afgewerkte stokjes als aan de  insnijdingen, 1 kettingsteek en 2 zulke stokjes aan de insnijding,.
  • 4e en 5e toer: als de 3e toer, daarbij volgens afbeelding no. 72 steeds  het 1e stokje in het 2e stokje van den vorigen toer en de voorste punt afwijkend.
  • 6e toer: 2-maal na elkander 2 vasten om de naastbijzijnde 2 kettingsteken en 1 vaste om het volgende stokje, dan * 7 vasten om de 5 kettingsteken, 1 vaste om het naastbijzijnde stokje, 2 vasten om de volgende 2 kettingsteken, 1 vaste om het volgende stokje, 1 vaste om den naastbijzijnde kettingsteken, 2 te zamen afgewerkte vasten om den volgende en daarop volgende kettingsteken, 1 vaste om den volgende kettingsteek, 1 vaste om het volgende stokje, 3 vaste om de naastbijzijnde 3 kettingsteken, van * steeds herhalen, aan de punt slechts 2 te zamen afgewerkte stokjes.
  • 7e toer: 2 drievoudige stokjes in het begin, ** 7 kettingsteken, 1 stokje in den 3e vaste, van den middenboog, 2 kettingsteken, 1 stokje in den volgende vaste, van ** steeds herhalen; voor de punt eenmaal de 7 kettingsteken weggelaten.
  • 8e toer: 1 vaste in elken steek, aan de punt 2 stokjes overslaan.
  • 9e toer: afwisselend 1 drievoudig stokjes in den naastbijzijnde steek en 2 steken met 2 kettingsteken overslaan, aan de punt 2 te zamen afgewerkte stokjes en eenige steken overslaan.
  • 10e toer: afwisselend 1 vaste om den naastbijzijnde kettingsteek en 1 picot (5 kettingstekeken, 1 vaste in den 1e kettingsteek), aan de punt volgens de afbeelding 2 te zaam afgewerkte vasten.
Aantekeningen:
1: Teken de vorm van het gladde middendeel na van de afbeelding. De rand eromheen is 4 1/2 cm breed. 
2. De eerste toer van de rand zijn de klaverblaadjes met de bogen daartussen. De klaverblaadjes bestaan uit drie kettingogen, aan elkaar verbonden door een kettingboog.
3. Het lastige van dit patroon vind ik dat de rand van buiten naar binnen gehaakt wordt, en je dus heel precies moet inschatten hoe lang het begin, de klaverblaadjes, moeten worden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen