donderdag 20 april 2017

Kinderwant, breipatroon uit 1866

nodig: 1 1/2 lood (1-zie aantekening onderaan)  witte, 1/2 lood blauwe zephirwol (2), stalen breinaalden tusschenbeide van grofte, 1 knoophoutje van 3 duim (3) in omvang. (voor ouderwetse maten en termen, zie aantekeningen onderaan)

Dit fraaie handschoentje is van witte wol geheel recht gebreid; de manchette die hiermede in verband gewerkt wordt bestaat uit een open fond (4), waarim men over genoemd houtje lussen van blauwe en witte wol knoopt. De boven- en onderrand van de manchette wordt met een toer gaatjes afgesloten, waar een blauw koord, aan elk eind met kwastjes voorzien wordt doorgeregen. Men begint den handschoen met de witte wol aan den onderrand van de manchette met een opzetsel van 42 steken, sluit deze tot eene ronding en werkt daarop 3 toeren recht, 1 toer averecht. - 5. toer (5). Afwisselend omslag, minderen. (1. rij gaatjes.) (6) 6. toer. Averecht. - 7-13. toer. (7) Recht. - 15-23. toer. Afwisselend 1 rij gaatjes 9als de 5. toer), 1 toer recht. - 24-29. toer. Recht. - 30. toer. Averecht. - 31. toer. Als de 5. toer (gaatjes). - 32. toer. Averecht.

Hiermede is de open fond van de manchette voltooid. Men werkt eerst voor den handschoen 6 toeren in hetzelfde getal steken, dan begint men de klink (8) voor den duim met den 7. toer en een getal steken naar welgevallen (9). Aan beide zijden van deze steken meerdert men telkens 1 steek; na elke meerdering, die op dezelfde plaats in de volgende 14 toeren nog 7 maal worden herhaald, wordt gedurig 1 toer recht gebreid; er moeten dus na voltooiing van den laatsten van deze toeren 17 steken tusschen de meerderingen liggen. Van daar af breit men den duim op zich zelf, terwijl men de genoemde 17 steken op twee naalden verdeelt. Op eene 3. naald zet men op nieuw 10 steken (10) op, sluit deze 27 steken tot eene ronding en breit dan 5 toeren, waarbij men aan het begin en einde van de 10 opgezette steken telkens een mindert, zoodat hierdoor eene klink gevormd wordt, die met den 5. toer voltooid is. De 6 volgende toeren worden in een onveranderd getal steken gebreid, dan breit men den duim spits toe, daar men na elken 5. steek mindert, na elke mindering toer 1 toer recht breit.

Met de overige steken die op de naalden gebleven zijn werkt men het gedeelte voor de hand in de rondte verder voort, doch men neemt de kantlussen van de 10 op nieuw opgezette steken voor de klink van den duim mede op de naalden. In de 5 volgende toeren wordt tot vorming van de klink weder telkens aan het begin en einde van de 10 opgenomen steken 1 steek geminder, dan volgen er 10 toeren in een onveranderd getal steken. Na den laatsten van deze toeren begint het afminderen voor de hand, hetgeen door aan beide zijden af te minderen wordt verkregen, nadat men vooraf de voorhanden zijnde 42 steken verdeeld heeft, namelijk 19 steken voor de buitenste en 19 steken voor de binnenste vlakte van de hand. De 2 steken die tusschen elke zijn ingebleven scheiden de minderingen af. Dit heeft gedurig om den anderen toer, telkens voor en na de 2 genoemde steken plaats. Als het gedeelte voor de hand op deze wijze is afgeminderd, dan versiert men het op de bovenste vlakte met kruissteken van blauwe wol en voorziet den open fond van de manchette met het hierboven genoemde garnituur van lussen, daar men met de blauwe en witte wol afwisselend in elken omslagdraad van eene rij gaatjes, met festonneersteken over genoemd houtje 6 lussen werkt.

bron: De Gracieuse 17 december 1866, 5de jaargang, p. 10/11

Aantekeningen:

  1. lood: 30 gram.
  2. zephirwol: zachte dunne wol, te vervangen door dunne merinowol of alpacawol
  3. duim: 1 centimeter
  4. fond: open netwerk voor borduren of lussenknoopwerk kan worden gebruikt
  5. 5. toer: een punt na een getal geeft een rangtelwoord aan: vijfde toer
  6. de vijfde toer is een gaatjestoer: omslag, 2 steken samenbreien etc
  7. de 14de toer ontbreekt in de beschrijving. Het lijkt dat hier de eerste toer gaatjes gebreid moet worden van het fond.
  8. klink: driehoekig inzetsel
  9. naar welgevallen: blijkbaar konden de lezeressen goed breien en hadden ze geen gedetaileerde beschrijving nodig. De beschrijving is te volgen als de klink als volgt gebreid wordt: aan de kant van de duim: meerder 1 steek naar links (met de linkernaald de lus onder de netgebreide steek opnemen, breien), brei 1 steek, meerder 1 steek naar rechts (met de rechternaald de lus onder de linkernaald opnemen, breien). volgende ronde breien zonder meerderen. Meerdering 7 keer recht boven elkaar herhalen. Zo krijg je 17 steken tussen de meerderingen voor de duim.
  10. Deze 10 steken liggen tussen de duim en de rest van de hand, en vormen een tweede klink.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen