dinsdag 2 mei 2017

Rugscrubber, haakpatroon uit 1866


Haakpatroon uit de 19de eeuw


Deze rugscrubber of rugwrijver komt uit De Gracieuse 1866 aflevering 19 pagina 164. Een dergelijke rugwrijver of rugscrubber is nu meestal van sisal gebreid. Bij dit patroon wordt met wol gehaakt rond paktouw. Ik zou liever katoen gebruiken en dan paktouw of sisaltouw als kern.

Gehaakte wrijver voor den rug.

Ponceau (aantekening 1) breiwol, witte en zwarte zephirwol (2), bindtouw

Om zonder vreemde hulp den rug te kunnen wrijven, bevelen wij de voor ons liggende afbeelding no.5 aan. Ons model is zeer stijf met den geribden haaksteek over touw gewerkt, doch het laatste kan ook desverkiezende worden weggelaten. Voorts is de wrijver 40 duim (3) lang, 12 duim breed en aan elke dwarszijde met eene lus of handvatsel 18 duim lang voorzien.

Ter vervaardiging van ons model, zet men met kettingsteken eene lengte van 24 duim op (4), verbindt deze tot eene rondte en haakt op dit opzetsel den 1en  toer geheel met vasten (5). Aan het einde van den toer verbindt men den laatsten aan den eersten vasten. Hierna keert men met 1 kettingsteek voor den volgenden toeren.
2e toer. Deze wordt insgelijks met vasten gehaakt, waarbij gedurig in de achterste lus van elken steek van den vorige toer gestoken wordt.

Als het werk de gewenschte lengte heeft verkregen, dan versiert men het aan elke lange zijde met 2 rijen kettingsteken, die met zwarte en witte zephirwol (een steek in elke ribbe) wordt uitgevoerd, en verbindt dan de opening van elke dwarszijde, door telkens de 2 tegenover elkander liggende steken met 1 vaste te zamen te haken. Voor de lussen aan beide zijden, werkt men op eene rij kettingsteken van 36 duim lengte 6 toeren stokjes, die gedurig door 2 kettingsteken van elkander gescheiden zijn en verzet liggende op elkander moeten komen. Daarna worden de lussen volgens afbeelding aan den wrijver bevestigd.


Dit haakpatroon namaken


  1. ponceau breiwol: ponceau is een rode kleurstof. Ik heb geen idee wat hiermee bedoeld wordt.
  2. zephirwol: gewone goedkope breiwol waarmee normaal dagelijks breiwerk van werd gemaakt.
  3. duim: als ongeƫvenaard kampioen in polderen, had Nederland in die tijd een compromis bedacht tussen het nieuwerwetse decimale stelsel dat Napoleon had ingevoerd en de oude vertrouwde namen zoals duim, pond en el. Het kwam erop neer dat de oude namen werden toegepast op de nieuwe maten. Een duim is in die tijd dus een centimeter lang, een pond is een kilo.
  4. ponceau of zephirwol: het staat er niet, maar blijkbaar haak je de wrijver met ponceau wol en de rand in zwart-wit met zephirwol.
  5. wel of geen bindtouw: het staat er niet, maar blijkbaar is het de bedoeling dat je deze vasten over bindtouw werkt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen