vrijdag 26 mei 2017

Meisjesbroek, breipatroon uit 1864

Een fantastisch patroon uit De Gracieuse - Geillustreerde Aglaja, 15 december 1864 3e jaargang p 3 en 4.

Wie durft?

Gebreide pantalon voor meisjes van 5 tot 7 jaar


15 lood*1 bruine of grijze, 1 lood zwarte zephirwol*2; fijne houten, tusschensoort stalen breinaalden*3; een strookje leder van 30 duim*4 lang en 3 breed; zwart elastiek band enz.

Deze warme wollen pantalon, die aan de zijde gesloten wordt, en tevens van onderen eene slobkous*4 vormt, is uitsluitend voor den winter bestemd, om bij het vermakelijke schaatsenrijden de kinderen voor de koude te beschutten. Men bezigt voor dit werk bruine of grijze en zwarte zephirwol, en breit het gedeeltelijk tamelijk los op fijne houten, gedeeltelijk stijf op tusschensoort stalen breinaalden. Het bovengedeelte van den pantalon tot aan de knie wordt in twee afzonderlijke gedeelten, die later aan elkander genaaid worden – namelijk het voor- en achtergedeelte – met fijne houten naalden, voortdurend regt heen en weder gebreid. 

Men begint van boven, zet 100 steken op en breit voor het voorste gedeelte of helft van den pantalon 76 toeren regt, zonder meerderen of minderen, verdeelt dan het getal steken in twee gelijke deelen en breit met deze 50 steken een van de beide beenen. Aan den buitensten zijrand van het been wordt voortdurend regt gebreid; om echter den vorm van het been te verkrijgen mindert men aan den binnenkant, eerst 4 maal om den tweeden toer, een steek; dan 8 maal om den vierden toer, ook een steek, zoodat na ongeveer 40 toeren het getal steken door 12 verminderd is. Er worden nu nog 4 steken aan denzelfden kant geminderd, doch op ongeveer 10 toer afstand van elkander; verder breit men tot aan den 80sten toer regt voort – van de split afgerekend – waarmede het been voltooid is. Men kant deze steken niet af, maar laat er de naald insteken; breit nu met de andere 50 steken het tweede been, op dezelfde wijze, doch natuurlijk de minderingen in tegenovergestelde rigting, ook dit been wordt niet afgekant en de steken blijven dus nog op de naald.

Voor het achterste gedeelte of tweede helft van den pantalon zet men insgelijks 100 steken op, en breit 60 toeren regt. In den volgenden toer blijven de laatste 18 steken op de naald, dan keert men het werk om breit den volgenden toer weder tot op 18 steken na af, en breit in de nu volgenden toeren, gedurig bij de middelste steken een steek van de aan beide zijden 18 teruggeblevene steken mede. Heeft men op deze wijze aan elke zijde weder 8 steken met de middelste steken vereenigd, - dan breit men nog 16 toeren over de geheele breedte, dus over al de steken, en vervaardigt dan deze beide beengedeelten even als die van het voorstuk. De beide helften naait men nu aan de buitenzijde tot op ongeveer 13 duim voor de split open latende, aan de binnenzijde geheel met een overhandsche naad aan elkander. Daarna worden de beide beenen op deze wijze gewerkt: met de stalen breinaalden breit men in de rondte 34 toeren met 2 regte en 2 averegtsche steken, en vormt hierdoor, even als van een eenvoudigen geribden kousenrand, het nauwe gedeelte boven de knie. 
Voor het nu volgende kniegedeelte, dat, zooals zigtbaar is, in de voorste helft van den pantalon moet komen, worden eerst 24 steken regt gebreid, dan keert men het werk om en breit 10 steken regt; vervolgens breit men met deze 10 steken voortdurend regt heen en weder, echter bij elken toer een steek van de teruggebleven steken mede breijende, tot er 34 steken, zijnde het getal steken van het achterste gedeelte van den pantalon zijn overgebleven. Men verdeelt laatstgenoemde steken op twee naalden, en breit nu weder over het geheele getal steken, doch niet in de rondte maar heen en weder, 6 toeren regt. Dan neemt men voor de wijde dof*5 aan de kuit nog dikker houten naalden als men voor het bovengedeelte gebruikt heeft en breit die volgens het origineele patroon dat door No. 18*6 wordt voorgesteld als volgt: aan de boven of regte zijde van den pantalon breit men voortdurend regt, keert het werk om en breit dan den volgenden toer zijnde die aan de binnenzijde afwisselend 1 steek regt en 1 steek afhalen, waar echter de draad achter moet blijven liggen; men heeft bij deze bewerking vooral in acht te nemen, dat de gebreide, als ook de afgehaalde steken, gedurig regt voer elkander komen, zoodat de los opliggende draad niet verzet wordt. Het gedeelte van de kuit heeft volgens ons origineel 40 toeren na voltooijing hiervan neemt men weder de stalen breinaalden, breit nog 30 toeren regt, in welken eersten toer 12 steken geminderd worden; vervolgens naait men van de knie af het open gedeelte te zamen, om er de eigenlijke slobkous weder in de rondte aan te breijen. Hiervoor worden eerst 30 toeren 2 regt en 2 averegt gebreid. Dan neemt men 28 steken voor den hiel en breit dezen ook regt en averegt heen en weder, die natuurlijk in het midden van het achterbeen moet genomen worden, de hiel van ons origineel is 20 toeren hoog in welken laatste de steken op de naald blijven. Nadat de kanststeken van den hiel even als aan een kous zijn opgenomen, breit men den voet evenzoo heen en weder. De 28 steken van den voet worden op dezelfde wijze voortgezet, de aan elke zijde van den hiel opgenomen steek wordt echter regt gebreid en even als bij den voet van een kous om den anderen toer de twee steken die er zich naast bevinden te zamen breit.
Na voltooijing van de minderingen breit men nog ongeveer 20 toeren in hetzelfde getal steken, en mindert in de volgende 8 toeren aan beide zijden van den voet 1 steek, dus 16 steken in het geheel; daarna worden al de kantsteken van den voet tot aan den hiel opgenomen, van welken laatsten de steken nog op de naald zijn gehouden, men breit nu rondom den onderrand van de slobkous 2 toeren regt en kant dan niet te los af. In dezen afkanttoer haakt men met bruine wol en een niet te grove haaknaald een toer kettingsteekbogen op de volgende wijze: *2 door 3 kettingsteken gescheiden vaste steken in eenen kantsteek van den voet 1 kettingsteek waarmede men 1 steek overslaat *. Herhaal van * tot *. Zooals de afbeelding aantoont, heeft dat gedeelte tusschen de kuit en de slobkous aan beide zijden eene versiering, waarvan de onderste met bruine en de bovenste met zwarte wol in de buitentoeren van dat gedeelte aldus gehaakt worden.
1ste toer. *1 vaste steek, 5 kettingsteken, waarmede men 3 steken van den gebreiden toer overslaat; in den volgenden gebreiden steek, 2 door 1 kettingsteek gescheiden stokjes dan 5 kettingsteken, waarbij men weder 3 steken overslaat *. Men herhaalt van * tot *.
2de toer. *2 vaste steken in de opening van de kettingsteken voor de stokjes van den vorigen toer; 3 halve stokjes in de opening van de kettingsteken tusschen de stokjes in; 2 vaste steken, in de kettingsteken achter de stokjes; 4 kettingsteken *. Men herhaalt van * tot *.
3de toer. *1 vaste steek in het middelste van de 3 stokjes van den vorigen toer; 5 kettingsteken, 1 vaste steek in den volgenden kettingsteekboog *. Herhaal van * tot *.

Eindelijk voorziet men den bovenrand van den pantalon, voor de ceintuur, met 3 toeren vaste steken, die men met bruine wol over elastiek band haakt. De splitten aan beide zijden worden aan de binnenzijde om stevigheid te geven met een strookje zwart linnen belegd en door knoopen en knoopsgaten of lussen vastgemaakt. Elke slobkous wordt van een lederen souspied*8 voorzien. 

Volgens de voorgeschrevene bewerking, en met behulp van een patroon, zal het niet moeijelijk wezen, een zoodanigen pantalon voor volwassenen te vervaardigen, daar het voor hen even zoo doelmatig als aangenaam is om bij het schaatsenrijden voor de koude eenigzins beschut te worden.

  1. een lood is 30 gram
  2. zephirwol is normale breiwol voor dagelijkse kleding
  3. naalddikte ongeveer 3
  4. een duim was in die tijd een centimeter, echt waar.
  5. een slobkous is een kous zonder ondervoet, die over de schoen werd gedragen om nette schoenen en kousen te beschermen tegen de modder op straat en tegen de koude
  6. 6 een dof is blijkbaar de dikke kuit, of ik heb het niet goed gelezen
  7. zie afbeelding
  8. een souspied is een leren bandje onder de voet, zoals bij een skibroek

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen